Zonder olie, géén vuur

Matteüs 25,1-13


Op de laatste zondagen van het kerkelijk jaar reikt de liturgie ons enkele parabels aan die verwijzen naar het ‘Laatste Oordeel’.

Wat wij ons daarbij voorstellen doet niet zoveel ter zake. Belangrijk is wel dat wij ons voor ogen blijven houden dat wij ooit verant­woording moeten afleggen over ons doen en laten.

Eigenlijk doet God op de oordeelsdag niets anders dan in eeuwigheid de lijnen doortrekken die wíj tijdens ons leven hebben uitgezet.

Voor de God van het ‘Laatste Oordeel’ hoeven wij dus niet bang te zijn. Maar we mogen ons wel ongerust maken als we nu bezig zijn ons leven op kromme lijnen te schrijven.

Gods respect voor de autonomie van de mens betekent echter ook dat Hij ons de kans laat om onze kromme levenslijnen om te buigen in mooie rechte lijnen.

In die tijd vertelde Jezus zijn leerlingen de volgende gelijkenis:
1   Het zal met het koninkrijk der hemelen gaan als met tien meisjes, die met hun lampen op weg gingen, de bruidegom tegemoet. 2   Vijf van hen waren dom en vijf verstandig. 3   Want de domme namen wel hun lampen met zich mee, maar geen olie. 4   Maar de verstandige namen ook olie mee in kruiken, niet alleen lampen.

“Als ik in mijn lamp geen olie meedraag en Gij zoudt mij vanavond vragen:

‘Kom naar het feest dat ik heb klaargemaakt’, ik zou mijn weg tot bij U niet vinden, mijn lamp is zonder vuur.

Ze heeft langdurig klaargestaan, tot aan de rand gevuld met olie van reisvaardigheid, – de vlam ontstoken. Ik dacht dat Gij zoudt komen en ik was bereid.

Maar Gij liet op U wachten en mijn gedachten dwaalden weg van ’t feest waarvoor ik klaar moest staan.

En op de lange duur vermoeid van waakzaam speuren en luisteren aan de deur of Gij zoudt komen, waren mijn ogen toegegaan en ’t kruikje olie van mijn hoop geraakte leeggebrand. Ik had geen voorraad bij de hand.

Mijn aandacht voor uw bruiloftsfeest was aan de grauwheid van de tijd tot op de draad versleten. Ik was gewoon vergeten mijn lamp van olie te voorzien en leefde met gedoofde vuren.

Nu kom ik danken voor de uren dat Gij geduldig mij hebt aangezien en mij ’t verdriet bespaarde dat ik in angst en duisternis de weg zou zoeken naar uw feest.

Beadem mij met warmte van uw Geest dat ik ontwaak en opsta uit verloren dromen om met mijn lamp, gevoed door olie van rouwmoedigheid gelukkig naar U toe te komen”.

                                                                                                                    Marcel Weemaes

Allen zijn wij uitgenodigd op het bruiloftsfeest. Alleen zij die hun lampen van hun hart brandend houden, worden toegelaten.

Wij bidden U, God, waak over ons, zo dat wij onze olievoorraad op peil houden.



 

 

Advertenties

Gezien worden

Maleachi 1,14b-2,2b.8-10
Matteüs 23,1-12


In de lezingen van vandaag lezen we hoe Jezus zijn beklag doet over de kerkleiders van zijn tijd. Ze maakten misbruik van hun geestelijk gezag. Ze legden de mensen te zware verplichtingen op, – verplichtingen die ze zelf niet onderhielden. Bovendien waren ze teveel uit op eer en prestige. “Neen”, zegt Jezus, “gezag moet ten dienste staan van hen voor wie men verantwoordelijk is”.

12  Wie zich verheft, zal vernederd worden, en wie zich vernedert, zal verheven worden.

Gezagdragers:
Hun motto moet zijn: ‘Wat kan ik voor jou doen?’
Wie met gezag is bekleed, wie een ambt uitoefent, is geroepen tot dienstbaarheid aan de gemeenschap. Gods wereld kent geen ‘hoger’ en geen ‘lager’: allen zijn we elkaars broers en zussen, kinderen van dezelfde Vader.

Gezien worden
Wie wil niet graag gezien worden? We verlangen naar respect.
We willen iemand zijn die in aanzien staat. Maar vraag is of ons streven daarnaar vaak niet averechts werkt. Niet ons huis, niet onze bankrekening doen mensen naar ons omzien. Niet onze maatschappelijke positiegeeft ons aanzien.

We verdienen pas respect in de mate dat we doen wat we zeggen. Belangrijk is dat we inzien, dat we ten dienste van anderen leven. We worden pas iemand als we op de bres staan voor het geluk van anderen.

Dat is het diepste inzicht, dat het evangelie ons meegeeft. Woorden en daden horen bij elkaar. Eretitels en ereplaatsen maken niemand groter in aanzien.

Het enige dat telt, dat is zo goed als God te zijn. Als broers en zussen staan we ten dienste van elkaar, ieder met een eigen taak en verantwoordelijkheid.

Hoe groter onze zorg is voor de minsten, des te groter wordt ons aanzien in de ogen van God en van de mensen.

                                                                                                                                        Wim Holterman osfs


 

Politiek correcte taal

Exodus 22, 20-26z
Tessalonicenzen 1, 5c10
Matteüs 22, 34-40


De lezingen bevatten boodschappen en om die tot leven te brengen is er heel wat nodig. “Wij moeten vreemdelingen niet slecht behandelen en weduwen en wezen geen onrecht aandoen”.  Duidelijker kan niet. Maar als wij kijken naar de dagelijkse praktijk, heeft de de politiek het moeilijk om dit in politiek correcte taal uit te leggen en via wetten de ware vluchteling te beschermen. (Nieuw kabinet, nieuwe kansen!)

Exodus
De tekst in Exodus geeft een heel sterk argument om de vreemdeling in ons midden goed te behandelen “Want ge hebt zelf als vreemdeling in Egypte gewoond”. Eens ben je zelf vreemdeling geweest, je zou dus moeten weten hoe dat voelt, ontheemd te zijn. En je kunt het ook zo weer worden, de vreemde te midden van anderen. Mogelijk dat wij dat ook voelen in ons geloof. Vreemdeling in ons geloof. Ook daar is het allemaal niet zo vanzelfsprekend meer, dat we welkom zijn als gelovig christen. We behoren langzamerhand ook tot een minderheid in Nederland en al heten we iedereen welkom in onze parochie, we merken dat niet iedereen zich hier meer gastvrij wil laten onthalen.
Jazeker het woord gaat door, de missie laten we nog niet vallen, maar het kost vaak moeite en doorzettingsvermogen om de neerwaartse spiraal weer om te buigen.

Anders is dat in Afrika en Azië, die mensen geven op een andere manier uiting aan hun geloof, waar de kerk groeit. In onze nuchtere Nederlandse ogen wellicht “vreemd”. Wij kunnen proberen ons open te stellen voor medegelovigen elders in de wereld. We zijn tenslotte een wereldkerk, al leven wij in een missiegebied . Wij kunnen leren en ons laten inspireren door de geloofsbeleving en spiritualiteit van katholieken in Vietnam. Een spiritualiteit van eerbied en ontzag voor God.

De gemeente Hoorn heeft zich in de jaren ’80 ingezet om een groot aantal bootvluchtelingen op te nemen, een groot aantal is ook opgenomen in onze geloofsgemeenschap. Ze zijn geïntegreerd. Het karretje van de Vietnamese loempia is inmiddels gewoon geworden in ons straatbeeld. De wijze waarop de mensen toen werden ontvangen beantwoordt geheel aan het verhaal van hebt uw naaste lief. We kunnen het dus is gebleken, maar zouden we het nu weer doen, of is onze maatschappij in die 20/30 jaar te veel afgegleden, naar het eigen ik.
Het is goed om een geslaagd voorbeeld in herinnering te roepen, het draaiboek weer uit de kast te halen en weer een gastvrij onthaal te organiseren voor mensen die het nu nodig hebben.

Missiezondag (vorige week)
Dat is ook waar Missiezondag voor bedoeld is. Natuurlijk om te collecteren voor de parochies elders op de wereld zodat zij hun pastorale werk kunnen doen, maar vooral om te beseffen dat wij allemaal bij elkaar horen in een grote geloofsgemeenschap, met alle vreemde elementen die daarbij horen, maar die zo verrijkend zijn.

Ik was eens in Valencia daar waren jonge zusters bezig op het strand met kinderen ze vormden met elkaar de ringen van de olympische spelen en hieven liederen aan onder de bezielende leiding van een non met megafoon. Het was er warm, maar het voelde ook heel warm en eensgezind. Zo mooi kan het zijn om je naaste te inspireren.

Jezus roept ons op om de naaste te beminnen als onszelf. En wie de naaste is maakt hij ons duidelijk in de bekende parabel van de barmhartige Samaritaan opgetekend door Lukas.
Veelal worden de woorden: “Je naaste liefhebben” te pas en te onpas toegepast onder de Christenen. Vaak gaat het om liefdadigheid voor mensen in nood, dat wordt gezien als naastenliefde. Maar anderen zeggen dat het gaat om mensen om je heen, de mensen die je dagelijks treft. Weer anderen zeggen, nee, dat zijn de mensen van je geloofsgemeenschap. Nog weer anderen zeggen dat het de arme mensen zijn, in de derde wereld….. Misschien rijst bij u ook de vraag: Wie is mijn naaste en dat is essentieel, want in het evangelie van Mattheus is het tweede gebod U zult uw naaste liefhebben als uzelf.

Mens zijn verbindt ons met elkaar. Maar er is iets dat ons nog meer met elkaar verbindt en dat is God: “U zult de Heer uw God liefhebben met heel uw hart, en met heel uw ziel en met heel uw verstand”.

Mensen hebben elkaar nodig, maar mensen hebben ook God nodig en andersom. Dat is mijn overtuiging. Zoals yin en yang elkaar nodig hebben en in balans houden, zo hebben God en mens elkaar nodig.

Om het verhaal door te laten gaan.


 

 

 

Met gepaste munt

Mt. 22, 15-21


Niet het beeld van de keizer, het beeld van macht en onderdrukking,
maakt mensen gelukkig. Het is het beeld van bezitten, van eigen winst eerst.

Daartegenover staat het beeld van God.Deze is niet afgebeeld op een munt.
Want God heeft geen gezicht. Van Hem geen verstarde expressie,
niet eens en voorgoed dezelfde.

Zijn beeld is telkens nieuw, omdat wij zijn beeld zijn.
Zo heeft Hij ons geschapen: als een afspiegeling van Hem.

Waar goedheid en liefde in ons aan het licht komen, daar wordt Hij zichtbaar.

Als wij aan de kant staan van macht en onvrede, dan is God onzichtbaar.
Hij krijgt een gezicht in mensen die geschonden en lijdend door het leven gaan.

Met gepaste munt betalen is voor ons: kiezen voor de kleine en weerloze mens;
is kiezen voor liefde en recht.

Dat is onze missie, dichtbij en veraf.

                                                                              Wim Holterman osfs

Lees ook:  Wie betaalt


Wereldmissiemaand 2017
Burkina Faso
In de Wereldmissiemaand (oktober) besteedt MISSIO
dit jaar speciale aandacht aan de katholieke
gelovigen in Burkina Faso.


“De wereld heeft het Evangelie nodig”

In zijn jaarlijkse boodschap voor de Wereldmissiezondag gaat paus Franciscus in op de kracht van het evangelie van Christus. De Blijde Boodschap kan veranderingen teweeg brengen. Franciscus roept ons op tot een voortdurende uittocht uit de eigen gemakzucht. Missie staat in het hart van het christelijk geloof.
Lees hier de boodschap van paus Franciscus

 

Zal ik gaan

Jesaja 25, 6-10a
Filippenzen 4, 12-14. 19-20
Mattteüs 22,1-14


Vandaag vertelt Jezus ons een verhaal over een feest dat God wil vieren samen met ons allemaal. Iedereen is van harte welkom. ‘Maar God hoopt één ding’, zegt Jezus, ‘dat we er graag en van harte aan meedoen’.

Het overkomt ons allemaal wel eens dat we niet ingaan op een uitnodiging. Waarom niet?  Gebrek aan interesse? Of gebrek aan liefde voor de andere? Of onvoldoende betrokkenheid en bezorgdheid voor de gemeenschap waarvan wij deel uitmaken?

Van God krijgen ook wij, via het evangelie van vandaag, een uitnodiging. Jezus stelt zijn Vader voor als een royale gastheer, wie er alles aan gelegen is dat we bij Hem op het feest zijn. Als gelovige kan je daaraan niet zomaar voorbijgaan.

Zowel in de eerste als in de tweede lezing wordt ons voorgehouden dat heel de geschiedenis van God-met-ons-mensen zal uitlopen op een feestmaal, waaraan iedereen mag aanzitten. Dit zal gebeuren, dank zij God, die trouw blijft aan wat Hij met ons begonnen is. Het initiatief ligt duidelijk in Gods hand. Zonder onze medewerking zal het niet doorgaan. Dat leert ons de gelijkenis van de man zonder bruiloftskleed.

10  Die slaven gingen naar de wegen en brachten iedereen mee die ze tegenkwamen, slechten en goeden; en de bruiloftszaal liep vol met gasten.

Het feest waarop wij uitgenodigd worden, is een onverdiende gave, maar tegelijk een menselijke opgave.

De vriendschap tussen God en de mensen wordt in de bijbel vaak vergeleken met een feest, een bruiloftsmaal waarvoor iedereen is uitgenodigd. De mensen moeten er alleen maar voor zorgen, dat ze het bruiloftskleed aan hebben, het kleed van de liefde.

Samen aan tafel gaan is tijd maken voor elkaar.
Het is kauwen op het leven van elke dag.
Het is de smaak van vreugde proeven,
maar ook slikken wat bitter is.
Wie er de tijd voor neemt,
krijgt energie om weer aan de slag te gaan,
om weer de handen in elkaar te slaan.

Met God op weg gaan is tijd maken voor Hem en voor elkaar.
Je mag kauwen op zijn Woord en ervaren
dat gebroken brood en gedeelde wijn
de smaak van het leven versterken.
Wie er de tijd voor neemt,
zal bevrijding en verbondenheid proeven
en merken dat er energie vrij komt
die nieuwe toekomst mogelijk maakt.

Samen door het leven gaan is zeggen tegen elke mens:
“Kom en zie!

Voor jou staat de tafel klaar.
In jouw leven proef ik iets van God.
En dat smaakt naar meer…”


 

Oktober wijnmaand

Matteüs 21,33-43


Wij hopen dat het ons goed gaat, en dat anderen ons goed zullen bejegenen. Dat laatste is wel eens ijdele hoop, maar misschien willen we het een en ander door de vingers zien, vergevensgezind zijn. Tot een bepaalde grens. Je kan wel goed zijn, maar niet gek.

De wijngaard  staat centraal
In de bijbel wordt de wijnrank vaak gebruikt als symbool voor onze relatie met God. En Christus noemt zichzelf de wijnstok. Blijft de rank met de wijnstok verbonden, dan draagt zij goede vruchten. Voor de wijngaard – het Rijk Gods ons door de Vader toevertrouwd – dragen de wijngaardeniers een grote verantwoordelijkheid: zij moeten erover waken dat de ranken optimaal met de wijnstok verbonden blijven. In de praktijk is die verbondenheid lang niet altijd optimaal en blijft de oogst vaak beneden de verwachtingen.

42  Jezus zei tegen hen: `Hebt u nooit in de Schriften gelezen: De steen die de bouwlieden afgekeurd hadden, die is de hoeksteen geworden. De Heer heeft dit gedaan; het is een wonder in onze ogen?

Hoeksteen
Eens, lang geleden, is de mens begonnen
met zaaien en maaien, met dorsen en malen,
en hij bakte brood om goed van te eten
en dan weer verder te gaan.

Eens, lang geleden, is de mens begonnen
met planten en besproeien,
met plukken en persen, en hij vulde de eerste beker met wijn,
om er goed van te drinken
en dan weer verder te gaan.

Eens, lang geleden, is een Mens begonnen
met zoeken en vinden, met geven en delen,
en Hij nam het brood en de beker en werd de Eerste die zei:
brood met anderen gedeeld
en wijn voor anderen geschonken, om mens van te worden
en dan weer met velen verder te gaan.

Ooit zullen wij leven – voorgoed en zonder angst -van geven en ontvangen,
van aanzien en beminnen, en voor het eerst zullen wij weten,
dat liefde is gedeeld en leed vergeten, dat de hemel de aarde is,
om zo maar eindeloos verder te gaan.

Jan van Opbergen


 

De 2 zonen van de wijngaandenier

Matteüs 21, 28-32


Jezus heeft het vandaag over een vader met zijn twee zonen. De ene lijkt een brave Hendrik, beleefd en voorbeeldig; de ander een dwarsligger eerste klas.

Maar schijn bedriegt.
Bij nader inzien blijkt de eerste een mooiprater te zijn: veel beloven, maar weinig doen.

De ander valt al bij al best mee. Hij zegt wel ‘nee’, maar doet uiteindelijk wel wat hij moet doen. Zo zie je maar: je kan mensen gemakkelijk verkeerd inschatten.

29  Hij antwoordde: `Nee, ik wil niet.” Later bedacht hij zich en ging toch.

Alleen God doorziet een mens in hart en ziel, wat leidt tot dat wat wrang klinkend Jezuswoord dat hoeren en tollenaars het Rijk Gods eerder zullen binnengaan dan netjes opgedofte dames en heren.

En wat ons betreft: laten we vooral voorzichtig zijn met ons oordeel over mensen.

Eerst dan ontmoeten wij elkaar echt als we ons niet langer blind staren
op wat fout lijkt in anderen, maar als we het goede in hen leren zien
dat we door ons vertrouwen tot leven wekken.

Eerst dan ontmoeten wij elkaar echt als we ons niet langer blind staren
op fouten die anderen maken en waaraan we ons ergeren, maar als we ook onder ogen durven zien, hoe wij zelf kunnen falen.

Eerst dan ontmoeten wij elkaar echt als we ons niet langer blind staren
op wat wij zelfgenoegzaam ‘onze prestaties’ noemen,
maar als we ook het goede van ande­ren zien en ons erover verheugen.

Eerst dan ontmoeten wij elkaar echt als we ons niet langer blind staren
op wat wij voor anderen kunnen doen, maar als we ook leren zien
wat anderen ons zo graag zouden geven.

Eerst dan ontmoeten wij elkaar echt als we ons niet langer blind staren
op onze kleine problemen waaraan we zo zwaar tillen,
maar als we ook de grote zorgen zien die anderen met zich meedragen.

Ontmoeten is met beide ogen kijken en (om)zien naar de ander!