Een leven lang leren

Jer. 20, 10-13
Mt. 10, 26-33


De zomer is begonnen, de dagen zijn lang en licht, weinig reden om ons angstig te voelen.

En waar we dan hopen op luchtige verhalen, stuiten we allereerst op de klaagzang van Jeremia. Hij ziet het niet meer zitten ‘ontzetting overal’ zoals hij spottend door zijn vijanden wordt genoemd, staat voor de helse taak Gods woord te prediken, maar nergens valt hem een hosanna ten deel. Hij is aan een schouderklopje toe om weer moed te vatten om door te gaan om zijn angst te overwinnen.

En God voelt dat. Wees niet bang lijkt hij tegen Jeremia te zeggen.

Voortrekkers
Wonderlijk is bovendien dat Jeremia, ondanks al zijn tegenslag en wanhoop, toch voldoende vertrouwen in God houdt. Hierdoor zijn kracht, zijn boodschap voelt en blijft doorgaan om dit de mensen te verkondigen. Voortrekkers hebben lef, nemen initiatief, laten zich niet tegen houden. Ze leren van hun fouten en durven risico’s te nemen. Hoe vaak is het al niet geconstateerd een profeet wordt nooit geëerd in eigen land.

De wereld in
Is dat misschien ook de reden dat wij onbevangen de wereld intrekken. Onze vakanties steeds verder weg plannen, om andere mensen, andere culturen te ontmoeten. Zo angstig als de apostelen zijn om de wereld in te trekken, zijn wij allang niet meer. Wij zijn wel op onze hoede als we een grote stad bezoeken.

Jezus geeft zijn apostelen hun zending, hij wil dat zij zich onder de mensen gaan mengen. Ze moeten gaan met lege handen. Ze mogen niets meenemen, geen geld, geen reistas, geen extra kleren en zelfs geen reisstok. Dan kunnen wij wel begrijpen dat zij tot driemaal toe door Jezus opgepept moeten worden

Weest niet bang, want een mens lijdt het meest door het lijden dat hij vreest.

Willen mensen je treiteren, je in een kwaad daglicht zetten, je negeren, je pesten weet dan dat ze je niet kunnen vernietigen, want God helpt je.

Weest niet bang om te zeggen wat je denkt, om ergens voor te staan, je mening te geven.. Erger is het om jezelf te verloochenen dat je niet meer kunt functioneren, je levenstaak niet kunt uitoefenen.

Weest niet bang als God zich zelfs bekommert om een mus, zal God zich zeker bekommeren om een mens, om jou om mij, want ieder mens is toch meer waard als een zwerm mussen.

Vat moed
Dat lijken wij ook te doen. Zeker als we naar vreemde oorden gaan. Het lijkt wel of het gemakkelijker is om ergens vreemd zijnde uit te komen voor je geloof. Een kerk binnen  te stappen, een kaarsje te branden, een gebedje te doen. Het is dan gewoon een onderdeel van je levenshouding. Het zet je weer op scherp ; de schoonheid van de kerk te zien, in je binnenste bewust je geloof te voelen. Je één te voelen met andere mensen, die ook weer eens een blik naar binnen durven te werpen. Misschien voelen we daar de hartslag van God, ook al omdat we er tijd voor nemen.

Het wonderlijke is dat je dan geen angst voelt. Als we in eigen omgeving zijn, voelen we ons vaak wat minder rustig om bewust te getuigen van ons geloof. Ik merk hetzelf op mijn werk. Men was ooit van het houtje, en dan komen die verhalen van vroeger en ik denk ja toen, maar bij ons niet. Toch laat ik het zo, omdat ik het idee heb daar is toch geen eer aan te behalen. Die discussie win ik niet. Is het angst ? Er niet bij te horen ?

Terwijl ik bij diezelfde mensen wel enthousiaste verhalen hoor over kerken elders.

Gek dat die angst en de kritiek dichtbij huis zoveel groter is. Zo heb ik ook altijd een mateloze bewondering voor gelovigen, die het aandurven te preken voor je deur of in de metro. Terwijl ik weet dat ik ze toch niet binnen laat. Het komt te dichtbij. Wie zegt mij weest niet bang tot 3 maal toe ?

Een leven lang leren
Leerling zijn, de boodschap blijvend durven uitdragen daar gaat het in de lezingen heel specifiek om. En dat dat allemaal niet meevalt dat begrijpt Jezus ook wel. Er is leven voor de mensen die zijn boodschap levend houden. Aan de kwaliteit ervan moeten we zelf werken.

Op komen voor mensen die bang zijn, die pijn lijden, wiens leven er even minder rooskleurig uitziet.

Als wij proberen hen te bemoedigen, dan werken we aan kwaliteit van leven.

Zijn we zelf bang, voelen we dreiging, ons buitengesloten, zien we iets afgebroken worden dat we zo zorgvuldig hebben opgebouwd. Dan proberen we met de woorden van God, en puttend uit het levensverhaal van Jezus moed te vatten om toch de zonnige kant te blijven zien en verder te gaan.

En of u nu de komende tijd dichtbij blijft of ver weg gaat. Ga met de zon,

Weest niet bang, voel de hartslag van God, Vat moed.

Gezegend ben je als je onderweg mensen ontmoet die je bemoedigen.
Gezegend ben je als je zelf zo iemand voor een ander mag zijn. ..


 

Maaltijd vieren; Sacramentsdag

Johannes 6, 51-58


Sacramenstsdag betekent maaltijdsdag, het is op een bijzondere manier aandacht schenken aan de Eucharistie, het wonder van de verandering. Het verwijst ons naar het laatste avondmaal, waar Jezus met zijn apostelen maaltijd hield.

En dat is niet even naar de Mac Donald of met een bord eten op je knie voor de TV zitten en voetbal kijken. Neen, het is in verbondenheid met elkaar aanwezig zijn, het is menselijk en sociaal, het moment van ontmoeting.

Maaltijd vieren
In de bijbel kennen we meer verhalen over maaltijd vieren, denkt u maar aan de wonderbare broodvermenigvuldiging. De apostelen hebben maar 5 broden en 2 vissen en toch zegt Jezus:”Geven jullie zelf al die mensen te eten.” Zij vertrouwen op Gods woord.

Een mens leeft niet van brood alleen: Waar leef je van ? Welke droom houd je gaande? Een mens leeft ook van een woord dat leven schept. Waar dat ontbreekt  wordt een gevulde dis een schrale tafel.

Het neerdalen van het manna in de woestijn, het verwonderingsbrood, nooit gedacht en toch gekregen is zo’n verwijzing.

Mozes verwijst het Joodse volk daarnaar om hen er aan te herinneren dat zij onder leiding van Jahweh de vrijheid hebben bereikt.

Mozes wilde ook door te herinneren aan het verleden een blijvende positieve houding ontwikkelen, hij richt zich tot het volk maar over hun hoofden heen ook tot ons.

Woorden van vroeger ook nu weer, voor mensen van nu
Met het sacramentsfeest proberen we het maaltijd karakter uit te voeren.
Sinds het tweede Vaticaansconcilie is dit juist weer benadrukt.

Want vooral de ouderen onder ons herinneren zich nog wel de tijd dat de priester ver weg op het altaar met zijn rug naar de gelovigen toe in het latijn eucharistie vierde.

Daardoor ontging het allemaal aan de gelovigen. Alleen op deze feestdag was er een grote processie met alles er op en er aan.

Leven vieren
Vandaag de dag komen wij samen om het leven te vieren, om God te danken dat wij met elkaar mogen bestaan. Door dat samen te vieren spreken wij de hoop uit dat de tijd zal komen dat er voor iedereen genoeg brood is, genoeg van de dagelijkse behoeften.

Elkaar “te eten geven “  Levenskracht bieden.

En al lijkt het er in de wereld op dat door hebzucht en geweld dit nooit voor iedereen te bereiken is, we zullen er toch aan moeten werken. Het hoeft geen illusie te zijn. We kunnen net als Jezus voorgaan, voortgaan en het waarmaken. Zo moeten en mogen wij ook ons zelf inzetten voor de ander.

Breken en delen van en met onszelf
Daardoor scheppen we een band met elkaar en ervaren we dat je niet kunt leven van brood alleen. Het leert ons dat er meer is dan alles waar de wereld ons mee om de oren slaat.

Dat er naast lijden en alles wat voor ons zo aanlokkelijk is, voedsel nodig is voor onderweg.

Ook al lijkt het om ons heen nog zo’n puinhoop en is vrede en vriendschap voor ons gevoel nog zo ver weg, dat mag ons er niet van weerhouden om het allereerst in eigen omgeving beter te doen.

Voedingsbodem
We zijn geroepen uit het land van de slavernij om ons blijvend te bevrijden, daarom kiezen we voor breken en delen, samen aan tafel gaan.
Dan is er een goede voedingsbodem om je te laten inspireren en serieus werk te maken van Jezus opdracht. Samen de mooie en minder mooie momenten delen. Daardoor kunnen we ons individualisme omzetten in sociaal gevoel, samen zijn, er zijn voor elkaar, het beste geven wat je kunt. Dan kunnen we vrienden zijn, het levensbrood delen. Dat houdt nooit op.

Deelnemen aan de maaltijd wordt deel uit maken van de gemeenschap, van de parochie, van de wereldkerk. Je leert daarmee trouw zijn aan waar je voor staat en wie je wilt zijn, trouw aan het beeld dat God van je heeft. Je leert elkaar te eren als mensen die door God aan elkaar gegeven zijn.

Dan zullen ons breken en delen een gebaar zijn van solidariteit en rechtvaardigheid.

Het moet een gebeuren zijn in het leven van alle dag, niet enkel in rituele liturgische handelingen, maar in duidelijke keuzes, in humane daden en in menselijke zorg.

We willen ogen worden voor hen die blind zijn, oren voor hen die doof zijn en de lammen leiden op hun weg. Het brood dat Hij heeft gebroken en het woord dat Hij over de gaven heeft gesproken mogen ons inspireren.

Neemt Gods Woord met hart en mond
eet en drinkt zijn nieuw Verbond.


 

Ge-drieën-lijk op stap

Johannes 3, 16-18


Op deze eerste zondag na Pinksteren vieren wij Gods liefde:

de Vader roept ons tot leven, de Zoon wijst ons de weg, en de Geest is onze reisgenoot.
H.Drie-eenheid

De afgelopen weken hebben wij in de kerk veel grote feesten gevierd:
Pasen, Hemelvaart en Pinksteren.
Wij noemden God met verschillende namen:

De Schepper, de barmhartige Vader, de leider, de koning, de wijngaardenier, herder,
maar ook onze broeder, tochtgenoot, de waarheid, licht en vuur.

God heeft blijkbaar vele namen, en toch lijkt Hij soms ver weg, maar Jezus kwam ons vertellen van God en hoe we moeten leven om gelukkige mensen te worden.

Hij liet ons zien wat voor wonderlijke dingen er gebeuren als wij van elkaar houden zoals God van ons houdt.

Zo leerde Hij ons God wat beter kennen. Na zijn dood en verrijzenis, toen Jezus terugging naar zijn Vader, beloofde Hij ons dat Hij de heilige Geest zou sturen om ons te helpen en te steunen.

Die heilige Geest maakt ons enthousiast en warm van binnen. Hij helpt ons om te zien wat wij kunnen doen om anderen en onszelf blij te maken.

Hij helpt ons vrede brengen.

God heeft drie kanten.
Hij is de Vader die van ons houdt en bezorgd om ons is.
Hij is de Zoon die ons voordoet hoe je moet leven.
Hij is ook de Geest die ons bezielt en enthousiast maakt
om zelf iets goeds van de wereld te maken.

Met God op stap gaan
is met je medemensen mee gaan
is Vader of hoeder voor hen zijn:

Op stap gaan
is ook Zoon zijn:
Je gedragen voelen en gestuwd
door een innige liefde,
die je helpt losmaken en bevrijden
uit wat mensen tegenhoudt
voluit te leven,
jezelf aanvaarden
zoals ieder ander
met wie je samen bent.

Op stap gaan is Geest, ruimte, zijn:
Je niet op jezelf richten
of op een vast doel,
maar verder kijken,
samen  horizonten zoeken
samen helen in eenheid.
3eenheid

Lees ook: 3-1


 

Wachten… op de Geest

Johannes 17,1-11a


In angst, in onrust, in het niet-weten, of fel geraakt door het onrecht.
Wanhopig misschien, overvallen door gebeurtenissen die benauwen,
door verdriet, eenzaamheid of dood.

Nog niet gelovend, twijfelend en aarzelend,
maar…wachten op de Geest.

Steun zoeken bij elkaar.
Wachten op Pinksteren,

De 7de paaszondag.

Eenheid
soms ver te zoeken
waarom ?

Eenheid vind je
waar mensen kunnen luisteren,
aandachtig en zachtmoedig
de anderen en zichzelf
laten uitspreken.

Eenheid vind je
waar mensen
het beste wensen
– uit de grond van hun hart –
voor elkaar,
zo maar,
omdat ze trachten
elkaar vrolijk en gelukkig
in het leven te vergezellen.

Eenheid vind je
waar mensen
meningsverschillen
kunnen uitspreken,
in wederzijds geloof
en vertrouwen,
waar mensen
het niet te lastig vinden
naar anderen te gaan
en elkaar te ontmoeten,
te ontvangen.

Eenheid begint bij jezelf.
Ja, eenheid vinden
in je denken en doen:
van je woorden
je leven maken
en van je leven je woorden.
Eenheid begint daar
waar hart en handen
samen op weg willen
naar dat rijk
van gerechtigheid
en liefde.

                                 Emmanuël Dobbelaere


 

“Als Gij mij liefhebt”

Johannes 14,15-21


Jezus staat op het punt te vertrekken naar waar Hij vandaan is gekomen:
zijn Vader.

Donderdag vieren wij zijn Hemelvaart. Hij verzekert ons echter
dat Hij een Helper zal zenden, de H. Geest,
die onze band met Hem moet levend houden.
Dankzij die Geest zijn wij in staat Jezus zichtbaar te maken in ons doen en laten,
in onze zorg voor elkaar, in ons verantwoordelijkheidsgevoel,
in de manier waarop wij ons werk verrichten.

Ik kom bij jullie terug.

19Want nog maar een korte tijd en de wereld ziet Mij niet meer, terwijl jullie Mij wel zullen zien, want evenals Ikzelf zullen ook jullie leven.

Sterker dan iedere wet, groter dan elk mensenverlangen,
dieper dan het leven zelf…

Zo is liefde die leven doet.
Wat je denkt dat niemand kan geven, is te vinden bij mensen die zich geven aan elkaar.

Want zij wonen in God en zijn thuis bij elkaar in zijn liefde.

Warm als zonlicht, fris als de lente,
goed en met een gouden hart.

Zo is liefde die leven doet.
Broos in het ontmoeten, zacht voor wie gewond is,
edelmoedig voor wie geen recht werd gedaan.

21  Wie zich aan mijn opdracht gebonden weet en haar ter harte neemt, die is het die Mij liefheeft, en wie Mij liefheeft zal ondervinden hoe de Vader hém liefheeft, en ook Ik zal hem liefhebben en Mij aan hem openbaren.’

Zo is liefde die leven doet.


 

Richtingsborden

Johannes 14, 1-12


Vandaag is “de weg” vol van richtingsborden.
De bekende uitspraak van Jezus : Ik ben de weg en de waarheid en het leven.

Geeft genoeg aanleiding om te filosoferen over de weg. Wat is eigenlijk een weg. Van Dale geeft diverse definities. Van een stuk grond geschikt gemaakt voor het verkeer. Een af te leggen afstand tussen twee plaatsen. Van afwezig zijn. De smalle weg: de moeilijke weg die leidt naar het eeuwig leven. En vele varianten die gebaseerd zijn op het woorddeel weg.

We concentreren ons vandaag op de uitspraak van Jezus en begrijpen meteen dat het woord in al zijn uitleg heel sterk verbonden is met dat wat in de bijbel wordt bedoeld met de weg.

Jezus is zijn weg gegaan. Zijn weg was geen gemakkelijke. Door die weg te gaan leerde hij ons zijn Vader kennen. Iets waar wij ons alléén een voorstelling van kunnen maken.
Ook de leerlingen zijn nieuwsgierig naar God. Filipus vraagt: Laat ons de Vader zien. Jezus antwoordt: wie Mij ziet, ziet de Vader. Jezus vormt het gezicht van God. Hij zag het als zijn taak Gods weg te gaan en deze zichtbaar te maken. Jezus laat zien dat God, een God is van vrede, liefde en gerechtigheid. Jezus was de steun en toeverlaat. Hij kwam uiteenlopende mensen tegen op zijn pad. Ze waren hem allemaal even lief, de kleinste het meest.

De weg van de liefde is hij ten einde gegaan. De dood aan het kruis was zijn laatste getuigenis, de proef op de som van zijn niet te stoppen liefde voor mensen. Dit gebaar opende voor ons een thuiskomst. De paus is zijn weg gegaan en ondanks verdriet is er de vreugde voor iedere katholiek te weten dat hij met open armen wordt ontvangen. Voorgoed thuiskomen omdat Jezus de weg heeft gebaand.

Ook hier en nu hebben wij een verlangen naar een echt thuis, een plek waar iemand naar je uitkijkt, maar in ieder geval een plek waar je geluk en verdriet niet verborgen hoeft te houden, waar je niet je stand op hoeft te houden of met een masker moet rond lopen. Een plek waar een enkel woord al wordt verstaan en je geaccepteerd wordt zoals je bent. Een plek waar je je geborgen weet. Als wij elkaar zo’n plek kunnen bieden zijn we op de goede weg.

Bij God kunnen mensen een thuis vinden zegt Jezus: In het huis van mijn Vader is ruimte voor velen. Onder dat ene dak van de Vader vindt ieder zijn eigen thuis. En als dat bij God zo is, dan weten we dat ook hier op aarde ieder mens recht heeft op zijn plek.

Dat het soms tijd kost, die geborgenheid in geloof, in werk, in onze medemens, te vinden is logisch. We lezen al hoeveel moeite de leerlingen er mee hebben gehad. Hun weg ging ook over bergen en dalen. Wij zijn geen betere mensen. Wel kunnen we leren van de bijbelse verhalen en alle historische feiten. Die we in onze tijd, dagelijks krijgen uitgelegd en voorgeschoteld. Worden we daar beter van ? Ook wij houden  twijfels als ons pad kronkelt, vanwege druk, vanwege ziekte, vanwege het vele moeten. Dan zouden we graag zien dat er een rechte weg voor ons opdoemt, want op een rechte weg verdwaal je minder snel.

Maar met alle nieuwe elektronische snufjes, ondanks navigatiesystemen hebben we nog steeds niet de garantie dat we recht op onze weg blijven. Letten we zelf dan nog wel voldoende op. Het gevaar is, dat we niet om ons heen kijken, blindvaren op techniek, die iedere menselijkheid wegvaagt. Hebben we dan nog wel oog voor medemensen? Vinden we dan nog wel de weg naar onze buren, of suizen we alleen maar verder weg, omdat verder nu eenmaal de mode is.

Verder weg gaan past wel bij de zondag van de Oosterse kerken. Aandacht schenken aan het geloof. misschien op een andere manier beleefd, op een andere manier gevierd op een andere manier gezongen. Ook de oosterse kerken streven ernaar een boodschap uit te dragen, een leven leiden zoals Jezus.

Daar heeft men het niet gemakkelijk. Onderdrukking, bedreiging. Ook daar is het verlangen naar een echt thuis groot.

We zijn allemaal anders, maar we moeten weten dat er voor velen ruimte is binnen de kerk.

Er zijn tenslotte vele wegen die naar Rome leiden. Ook het kiezen van de juiste weg, op weg gaan, de weg effenen en ga zo maar door. Maar het moeten wel wegen van liefde zijn, de liefde die Jezus op zijn tochten door het land drie jaar lang toonde. Liefde voor de tollenaar, de Samaritaanse vrouw, de blinde, de dove de melaatse.

Hij ging niemand uit de weg. Hij zocht het goede door het kwade heen. Zou dit voor ons ook weggelegd zijn ?

Dan mogen we niet meer veroordelen zonder een gedegen onderzoek, dan mogen we de pijn in de ogen van de ander niet negeren. Dan moeten we stopen met het plaatsen van stopverboden neer. We openen onze wegen voor vriend en vreemde.

Jezus heeft zijn leerlingen bij de hand genomen en op weg geholpen.

Tijdens het avondmaal spreekt hij met zijn apostelen.
Hij vertelt hen dat hij bij hun weg gaat.

Hij spreekt ze ook bemoedigend toe. Maak jullie niet ongerust, heb vertrouwen in Mij want ik heb jullie de weg naar de Vader gewezen. Ik heb het jullie voorgedaan. Doe als ik. Ook ons nodigt hij uit aan zijn tafel, hij baant ons een weg naar de Vader.

Kom en volg mij op de weg.
Kijk naar mijn richtingaanwijzers.


 

Roeping: geen déjà vu, maar toekomst.

Johannes 10, 1-10


Tradities zijn er om in ere gehouden te worden

Traditioneel is de 4e zondag van Pasen, Roepingenzondag. De zondag van de Goede Herder.

In de krant las ik onlangs: “Schaapskudde is keiharde business. Het lijkt zo romantisch, maar de economische realiteit voor schaapsherders is anders: meer kosten dan opbrengsten. Veel kuddes dreigen om financiële redenen te verdwijnen, Agrarische bedrijven krijgen subsidies, een herder krijgt niets. Zijn schulden nemen toe.”

Er is zeker een paralel in dit gegeven met de kerk te trekken, ook hier nemen kerkbijdragen, subsidies af en wie voelt zich nog geroepen herder van de kerk te worden. Was vroeger de keuze voor priesterschap, voor religieus leven een alom gerespecteerde levenskeuze, die keuze is tegenwoordig minder vanzelfsprekend om niet te zeggen verdacht of ongewenst geworden. De schandalen rondom Kindermisbruik hebben het kerkelijke ambt in een kwaad daglicht geplaatst. In veler ogen is een leven in celibaat ongezond of tegennatuurlijk.

Ook de vermeende rijkdom van de kerk is letterlijk en figuurlijk tanende. Het is vervelend dat ik het hier tegen u zeg, want u weet dit al lang. En eigenlijk moeten we blij zijn dat wij niet meer die kuddemensen zijn, die het geloof klakkeloos aannemen. Ik zou me moeten richten tot de verloren schapen, die denken dat het allemaal nog zo is als vroeger.
Voelt u zich nog van het houtje dan heeft u vast het romantische gevoel van bij de kerk horen verloren, maar bent u realist genoeg om te beseffen dat voor u het verhaal nog steeds doorgaat.

Samen zijn
Want in de kerk, in ons samenzijn, wordt het menselijke leven uitgesproken en gevierd. We worden op de hoogte gebracht van waar het in ons leven om gaat. Er wordt duidelijk dat er meer is tussen hemel en aarde, dan jachten en jagen. Hier worden ook andere zaken aan de orde gesteld: pijn, verdriet, eenzaamheid, oorlog, het falen van de mens, een ziekte die zo moeilijk beheersbaar blijkt. De carrière die anders loopt, de stukgelopen relatie.

Maar ook: de blijheid om de mooie dingen in het leven en er is zorg voor elkaar. In het geloof wordt “kies het leven” centraal gesteld, daar wordt geloof, hoop en liefde gevoed.

We hebben de tijdgeest niet mee. De keuze voor zorg voor elkaar is niet “hot”, maar wel urgent. Steeds meer bezuinigingen, steeds meer hopeloosheid. Hoe moet dit verder?

Kudde
Kudde of niet, wij zijn een gemeenschap die verdieping zoekt, iets wil uitdragen eigen herder zijn voor mensen die wij kunnen helpen over een slechte weg. Mensen willen gelukkig zijn. Op die vraag naar geluk wordt handig ingespeeld door de reclamejongens, die ons dat geluk op wel duizenden manieren aanprijzen.

Vandaag horen we in de parabel over de Goede Herder, hoe God met ons geluk is begaan.

Jezus, geeft zelfs zijn leven voor ons geluk, en na zijn dood heeft Hij die taak op onze schouders gelegd. Hij roept ons op om voor anderen herder te zijn, zoals Hij is geweest. Wat wij waard zijn zal blijken uit onze inzet: is er iets van Jezus’ zorg en liefde terug te vinden in ons doen en laten?

We zijn niet allemaal André Kuipers, die zelf kiezen de aarde te verlaten en de uiterste grenzen te verkennen. We zoeken onze eigen ruimte, om mens te zijn, met een geloof en een roeping.

Steentje bijdragen
Iedereen kan binnen die ruimte een steentje bijdragen. Er zijn al zoveel mensen die meewerken in een parochie en toch lijkt het nooit genoeg. Is onze behoefte aan kerkelijk leven dan toch toegenomen? Gezien het aantal wekelijkse kerkgangers zou je het niet denken. Wel is het zo als je mee doet, doe je het vaak intenser, ben je eerder bereidt iets extra’s te doen. Niet alleen consumeren, maar ook mee produceren. En of je daarvoor nu een lintje krijgt, of niet, voldoening bij jezelf en de ander zorgt voor de decoratie.

Roeping
Bij al deze roepingen gaat het ook om het geloven in je eigen kracht, dat je er bent voor een ander.  Samen sterk, Kerk wij samen.!
De keuze voor zorg voor elkaar is niet “cool”, maar wel urgent. Daarin gaat het om mensen, het levensverhaal met ups en downs. Daar is serieus aandacht voor nodig.
Pastorale zorg zegt: er is een Herder.

Dan ontstaat de déjà VU

Petrus en Jacobus lopen rustig door de straten van Jeruzalem, op weg naar een gebedsdienst.Aan de kant van de weg zit een lamme en hij vraagt om een aalmoes. Maar helaas hebben deze mannen geen geld, maar wel hebben zij van Jezus de opdracht gekregen om te doen wat Hij heeft gedaan. Daarom nemen zij de lamme bij de hand en gebieden hem in naam van Jezus op te staan. En ze helpen hem overeind.

Zo vervult vooral Petrus de opdracht die Jezus hem gaf: Wees een herder voor mijn schapen.

Geen romantiek, maar realiteit.

Daarom lieve mensen. Wij zijn gewaarschuwd, ook wij worden geroepen. Kortom zorgzame herders en werkers gevraagd om in Jezus naam onze geloofsgemeenschap naar grazige weiden te leiden.

Laat het geen déjà vu zijn, maar toekomst.