Chi-Rho Koning te rijk

Matteüs 25, 31-46


Vandaag sluiten we het kerkelijk jaar. Christus Koning.
Of het een jubeljaar was, mag iedereen voor zich zelf invullen.

Het is een beetje terugkijken. Dat doe ik vandaag zeker, omdat het 4 jaar geleden is dat Cor en ik, het kerkelijk jaar afsloten, onze diensten onder leiding van parochianen stopten.
Het was een moeilijk, maar een mooi afscheid. Aan alle goede dingen komt een eind.

Uit dit afscheid, het (af) sluiten van, is dit blog ontstaan.
Dat legt iedere week het spirituele lijntje met de lezingen van de zondag en de beslommeringen van alledag.

Het is goed, om achter de computer, te overwegen en te bezinnen.

Misschien bent u onze volgeling van af het eerste uur, mogelijk een passant die toevallig op de website, na wat googelen terecht bent gekomen.

We hopen dat u een graantje  mee pikt, van wat er meer is tussen hemel en aarde.

De rijke oogst die God ons aanreikt, ter harte neemt, of gewoon met een glimlach denkt, ja ik mag er zijn, voor een ander voor mijzelf, voor God.

Over het feest van Christus Koning hebben we eerder geblogt

een nieuwe overweging hoeft daar niet aan toegevoegd te worden.

Alle drie jaren komt dezelfde lezing terug. Dan zie je de kern, dan lees je dat de wereld niet veel is veranderd, ondanks de uitdagingen die God ons stelt

“Wij worden alle dagen uitgenodigd voor een koninklijk bezoek.
Wij hebben vandaag de troonrede van Jezus gehoord. Eentje vol met gewone woorden, gewone mensen, gewone zaken.

Ik had dorst, Ik was vreemdeling, Ik was naakt, Ik was ziek, Ik was in de gevangenis. Ook wij zullen zeggen: wij hebben U niet gezien. De Heer geeft als antwoord: alle keren dat wij iemand anders hebben uitgenodigd aan onze tafel, iemand verpleegd hebben iemand iets extra’s hebben gegeven, onszelf niet op de eerste plaats hebben gezet.” Ja toen was ik erbij, toen deed je het voor mij.”

Het schept ook steeds weer nieuwe kansen, om werkelijk in actie te komen.

Het is als het afsluiten van een kalenderjaar: Je maakt goede voornemens, ook nu bij het afsluiten van een kerkelijk jaar kunnen we nieuwe voornemens maken.
God geeft ons nieuwe moed, om kansen te pakken, te creëren

Advent wacht, een tijd van uitzien naar ……………..


 

Advertenties

Talenten, ontplooi ze

Mt. 25, 14-30


Elke mens werd geboren met talenten – hoeveel, is niet belangrijk, wel wat je er mee doet, mee te bouwen aan de wereld van morgen.

Wie zijn talenten goed gebruikt, en zich op die manier profileert als een medewerker Gods, zal bij Hem erkenning vinden.

29  Want aan ieder die heeft, zal gegeven worden en wel overvloedig. Maar aan degene die niet heeft, zal zelfs nog ontnomen worden wat hij heeft.

Wie zijn mogelijkheden en talenten niet benut om mee te bouwen aan Gods droom, zal door Hem afgewezen worden.  Zo zegt Jezus ons in een parabel over het eindoordeel.

Een verhaal dat ons, mensen onderweg, even doet stilstaan om eens rustig na te denken over de weg die wij gaan.

Levenskracht is diep geloven in eigen talenten en mogelijkheden,
in de spankracht van je geest, je gemoed en je wil.
Bereid zijn tot het einde van je krachten te gaan
om zeker niet te falen.

Levenskracht is nooit moedeloos langs de weg gaan zitten
als de tocht trager vordert dan je wenst.
Je weet dat wie elke dag een stukje weg aflegt
zeer ver zal gaan.

Levenskracht is, wanneer alles mislukt
en je vertrouwen dreigt verloren te gaan,
toch nog kunnen zeggen:
“Veel is nog mogelijk, ik waag het opnieuw.”

Ieder van ons heeft talenten, geef ze levenskracht!


 

Zonder olie, géén vuur

Matteüs 25,1-13


Op de laatste zondagen van het kerkelijk jaar reikt de liturgie ons enkele parabels aan die verwijzen naar het ‘Laatste Oordeel’.

Wat wij ons daarbij voorstellen doet niet zoveel ter zake. Belangrijk is wel dat wij ons voor ogen blijven houden dat wij ooit verant­woording moeten afleggen over ons doen en laten.

Eigenlijk doet God op de oordeelsdag niets anders dan in eeuwigheid de lijnen doortrekken die wíj tijdens ons leven hebben uitgezet.

Voor de God van het ‘Laatste Oordeel’ hoeven wij dus niet bang te zijn. Maar we mogen ons wel ongerust maken als we nu bezig zijn ons leven op kromme lijnen te schrijven.

Gods respect voor de autonomie van de mens betekent echter ook dat Hij ons de kans laat om onze kromme levenslijnen om te buigen in mooie rechte lijnen.

In die tijd vertelde Jezus zijn leerlingen de volgende gelijkenis:
1   Het zal met het koninkrijk der hemelen gaan als met tien meisjes, die met hun lampen op weg gingen, de bruidegom tegemoet. 2   Vijf van hen waren dom en vijf verstandig. 3   Want de domme namen wel hun lampen met zich mee, maar geen olie. 4   Maar de verstandige namen ook olie mee in kruiken, niet alleen lampen.

“Als ik in mijn lamp geen olie meedraag en Gij zoudt mij vanavond vragen:

‘Kom naar het feest dat ik heb klaargemaakt’, ik zou mijn weg tot bij U niet vinden, mijn lamp is zonder vuur.

Ze heeft langdurig klaargestaan, tot aan de rand gevuld met olie van reisvaardigheid, – de vlam ontstoken. Ik dacht dat Gij zoudt komen en ik was bereid.

Maar Gij liet op U wachten en mijn gedachten dwaalden weg van ’t feest waarvoor ik klaar moest staan.

En op de lange duur vermoeid van waakzaam speuren en luisteren aan de deur of Gij zoudt komen, waren mijn ogen toegegaan en ’t kruikje olie van mijn hoop geraakte leeggebrand. Ik had geen voorraad bij de hand.

Mijn aandacht voor uw bruiloftsfeest was aan de grauwheid van de tijd tot op de draad versleten. Ik was gewoon vergeten mijn lamp van olie te voorzien en leefde met gedoofde vuren.

Nu kom ik danken voor de uren dat Gij geduldig mij hebt aangezien en mij ’t verdriet bespaarde dat ik in angst en duisternis de weg zou zoeken naar uw feest.

Beadem mij met warmte van uw Geest dat ik ontwaak en opsta uit verloren dromen om met mijn lamp, gevoed door olie van rouwmoedigheid gelukkig naar U toe te komen”.

                                                                                                                    Marcel Weemaes

Allen zijn wij uitgenodigd op het bruiloftsfeest. Alleen zij die hun lampen van hun hart brandend houden, worden toegelaten.

Wij bidden U, God, waak over ons, zo dat wij onze olievoorraad op peil houden.



 

 

Gezien worden

Maleachi 1,14b-2,2b.8-10
Matteüs 23,1-12


In de lezingen van vandaag lezen we hoe Jezus zijn beklag doet over de kerkleiders van zijn tijd. Ze maakten misbruik van hun geestelijk gezag. Ze legden de mensen te zware verplichtingen op, – verplichtingen die ze zelf niet onderhielden. Bovendien waren ze teveel uit op eer en prestige. “Neen”, zegt Jezus, “gezag moet ten dienste staan van hen voor wie men verantwoordelijk is”.

12  Wie zich verheft, zal vernederd worden, en wie zich vernedert, zal verheven worden.

Gezagdragers:
Hun motto moet zijn: ‘Wat kan ik voor jou doen?’
Wie met gezag is bekleed, wie een ambt uitoefent, is geroepen tot dienstbaarheid aan de gemeenschap. Gods wereld kent geen ‘hoger’ en geen ‘lager’: allen zijn we elkaars broers en zussen, kinderen van dezelfde Vader.

Gezien worden
Wie wil niet graag gezien worden? We verlangen naar respect.
We willen iemand zijn die in aanzien staat. Maar vraag is of ons streven daarnaar vaak niet averechts werkt. Niet ons huis, niet onze bankrekening doen mensen naar ons omzien. Niet onze maatschappelijke positiegeeft ons aanzien.

We verdienen pas respect in de mate dat we doen wat we zeggen. Belangrijk is dat we inzien, dat we ten dienste van anderen leven. We worden pas iemand als we op de bres staan voor het geluk van anderen.

Dat is het diepste inzicht, dat het evangelie ons meegeeft. Woorden en daden horen bij elkaar. Eretitels en ereplaatsen maken niemand groter in aanzien.

Het enige dat telt, dat is zo goed als God te zijn. Als broers en zussen staan we ten dienste van elkaar, ieder met een eigen taak en verantwoordelijkheid.

Hoe groter onze zorg is voor de minsten, des te groter wordt ons aanzien in de ogen van God en van de mensen.

                                                                                                                                        Wim Holterman osfs


 

Politiek correcte taal

Exodus 22, 20-26z
Tessalonicenzen 1, 5c10
Matteüs 22, 34-40


De lezingen bevatten boodschappen en om die tot leven te brengen is er heel wat nodig. “Wij moeten vreemdelingen niet slecht behandelen en weduwen en wezen geen onrecht aandoen”.  Duidelijker kan niet. Maar als wij kijken naar de dagelijkse praktijk, heeft de de politiek het moeilijk om dit in politiek correcte taal uit te leggen en via wetten de ware vluchteling te beschermen. (Nieuw kabinet, nieuwe kansen!)

Exodus
De tekst in Exodus geeft een heel sterk argument om de vreemdeling in ons midden goed te behandelen “Want ge hebt zelf als vreemdeling in Egypte gewoond”. Eens ben je zelf vreemdeling geweest, je zou dus moeten weten hoe dat voelt, ontheemd te zijn. En je kunt het ook zo weer worden, de vreemde te midden van anderen. Mogelijk dat wij dat ook voelen in ons geloof. Vreemdeling in ons geloof. Ook daar is het allemaal niet zo vanzelfsprekend meer, dat we welkom zijn als gelovig christen. We behoren langzamerhand ook tot een minderheid in Nederland en al heten we iedereen welkom in onze parochie, we merken dat niet iedereen zich hier meer gastvrij wil laten onthalen.
Jazeker het woord gaat door, de missie laten we nog niet vallen, maar het kost vaak moeite en doorzettingsvermogen om de neerwaartse spiraal weer om te buigen.

Anders is dat in Afrika en Azië, die mensen geven op een andere manier uiting aan hun geloof, waar de kerk groeit. In onze nuchtere Nederlandse ogen wellicht “vreemd”. Wij kunnen proberen ons open te stellen voor medegelovigen elders in de wereld. We zijn tenslotte een wereldkerk, al leven wij in een missiegebied . Wij kunnen leren en ons laten inspireren door de geloofsbeleving en spiritualiteit van katholieken in Vietnam. Een spiritualiteit van eerbied en ontzag voor God.

De gemeente Hoorn heeft zich in de jaren ’80 ingezet om een groot aantal bootvluchtelingen op te nemen, een groot aantal is ook opgenomen in onze geloofsgemeenschap. Ze zijn geïntegreerd. Het karretje van de Vietnamese loempia is inmiddels gewoon geworden in ons straatbeeld. De wijze waarop de mensen toen werden ontvangen beantwoordt geheel aan het verhaal van hebt uw naaste lief. We kunnen het dus is gebleken, maar zouden we het nu weer doen, of is onze maatschappij in die 20/30 jaar te veel afgegleden, naar het eigen ik.
Het is goed om een geslaagd voorbeeld in herinnering te roepen, het draaiboek weer uit de kast te halen en weer een gastvrij onthaal te organiseren voor mensen die het nu nodig hebben.

Missiezondag (vorige week)
Dat is ook waar Missiezondag voor bedoeld is. Natuurlijk om te collecteren voor de parochies elders op de wereld zodat zij hun pastorale werk kunnen doen, maar vooral om te beseffen dat wij allemaal bij elkaar horen in een grote geloofsgemeenschap, met alle vreemde elementen die daarbij horen, maar die zo verrijkend zijn.

Ik was eens in Valencia daar waren jonge zusters bezig op het strand met kinderen ze vormden met elkaar de ringen van de olympische spelen en hieven liederen aan onder de bezielende leiding van een non met megafoon. Het was er warm, maar het voelde ook heel warm en eensgezind. Zo mooi kan het zijn om je naaste te inspireren.

Jezus roept ons op om de naaste te beminnen als onszelf. En wie de naaste is maakt hij ons duidelijk in de bekende parabel van de barmhartige Samaritaan opgetekend door Lukas.
Veelal worden de woorden: “Je naaste liefhebben” te pas en te onpas toegepast onder de Christenen. Vaak gaat het om liefdadigheid voor mensen in nood, dat wordt gezien als naastenliefde. Maar anderen zeggen dat het gaat om mensen om je heen, de mensen die je dagelijks treft. Weer anderen zeggen, nee, dat zijn de mensen van je geloofsgemeenschap. Nog weer anderen zeggen dat het de arme mensen zijn, in de derde wereld….. Misschien rijst bij u ook de vraag: Wie is mijn naaste en dat is essentieel, want in het evangelie van Mattheus is het tweede gebod U zult uw naaste liefhebben als uzelf.

Mens zijn verbindt ons met elkaar. Maar er is iets dat ons nog meer met elkaar verbindt en dat is God: “U zult de Heer uw God liefhebben met heel uw hart, en met heel uw ziel en met heel uw verstand”.

Mensen hebben elkaar nodig, maar mensen hebben ook God nodig en andersom. Dat is mijn overtuiging. Zoals yin en yang elkaar nodig hebben en in balans houden, zo hebben God en mens elkaar nodig.

Om het verhaal door te laten gaan.


 

 

 

Met gepaste munt

Mt. 22, 15-21


Niet het beeld van de keizer, het beeld van macht en onderdrukking,
maakt mensen gelukkig. Het is het beeld van bezitten, van eigen winst eerst.

Daartegenover staat het beeld van God.Deze is niet afgebeeld op een munt.
Want God heeft geen gezicht. Van Hem geen verstarde expressie,
niet eens en voorgoed dezelfde.

Zijn beeld is telkens nieuw, omdat wij zijn beeld zijn.
Zo heeft Hij ons geschapen: als een afspiegeling van Hem.

Waar goedheid en liefde in ons aan het licht komen, daar wordt Hij zichtbaar.

Als wij aan de kant staan van macht en onvrede, dan is God onzichtbaar.
Hij krijgt een gezicht in mensen die geschonden en lijdend door het leven gaan.

Met gepaste munt betalen is voor ons: kiezen voor de kleine en weerloze mens;
is kiezen voor liefde en recht.

Dat is onze missie, dichtbij en veraf.

                                                                              Wim Holterman osfs

Lees ook:  Wie betaalt


Wereldmissiemaand 2017
Burkina Faso
In de Wereldmissiemaand (oktober) besteedt MISSIO
dit jaar speciale aandacht aan de katholieke
gelovigen in Burkina Faso.


“De wereld heeft het Evangelie nodig”

In zijn jaarlijkse boodschap voor de Wereldmissiezondag gaat paus Franciscus in op de kracht van het evangelie van Christus. De Blijde Boodschap kan veranderingen teweeg brengen. Franciscus roept ons op tot een voortdurende uittocht uit de eigen gemakzucht. Missie staat in het hart van het christelijk geloof.
Lees hier de boodschap van paus Franciscus

 

Zal ik gaan

Jesaja 25, 6-10a
Filippenzen 4, 12-14. 19-20
Mattteüs 22,1-14


Vandaag vertelt Jezus ons een verhaal over een feest dat God wil vieren samen met ons allemaal. Iedereen is van harte welkom. ‘Maar God hoopt één ding’, zegt Jezus, ‘dat we er graag en van harte aan meedoen’.

Het overkomt ons allemaal wel eens dat we niet ingaan op een uitnodiging. Waarom niet?  Gebrek aan interesse? Of gebrek aan liefde voor de andere? Of onvoldoende betrokkenheid en bezorgdheid voor de gemeenschap waarvan wij deel uitmaken?

Van God krijgen ook wij, via het evangelie van vandaag, een uitnodiging. Jezus stelt zijn Vader voor als een royale gastheer, wie er alles aan gelegen is dat we bij Hem op het feest zijn. Als gelovige kan je daaraan niet zomaar voorbijgaan.

Zowel in de eerste als in de tweede lezing wordt ons voorgehouden dat heel de geschiedenis van God-met-ons-mensen zal uitlopen op een feestmaal, waaraan iedereen mag aanzitten. Dit zal gebeuren, dank zij God, die trouw blijft aan wat Hij met ons begonnen is. Het initiatief ligt duidelijk in Gods hand. Zonder onze medewerking zal het niet doorgaan. Dat leert ons de gelijkenis van de man zonder bruiloftskleed.

10  Die slaven gingen naar de wegen en brachten iedereen mee die ze tegenkwamen, slechten en goeden; en de bruiloftszaal liep vol met gasten.

Het feest waarop wij uitgenodigd worden, is een onverdiende gave, maar tegelijk een menselijke opgave.

De vriendschap tussen God en de mensen wordt in de bijbel vaak vergeleken met een feest, een bruiloftsmaal waarvoor iedereen is uitgenodigd. De mensen moeten er alleen maar voor zorgen, dat ze het bruiloftskleed aan hebben, het kleed van de liefde.

Samen aan tafel gaan is tijd maken voor elkaar.
Het is kauwen op het leven van elke dag.
Het is de smaak van vreugde proeven,
maar ook slikken wat bitter is.
Wie er de tijd voor neemt,
krijgt energie om weer aan de slag te gaan,
om weer de handen in elkaar te slaan.

Met God op weg gaan is tijd maken voor Hem en voor elkaar.
Je mag kauwen op zijn Woord en ervaren
dat gebroken brood en gedeelde wijn
de smaak van het leven versterken.
Wie er de tijd voor neemt,
zal bevrijding en verbondenheid proeven
en merken dat er energie vrij komt
die nieuwe toekomst mogelijk maakt.

Samen door het leven gaan is zeggen tegen elke mens:
“Kom en zie!

Voor jou staat de tafel klaar.
In jouw leven proef ik iets van God.
En dat smaakt naar meer…”